|
Toen ik enkele recente werken van Anutosh
zag, kwam de vraag bij me op wat hun gezamenlijke effect zou zijn in een
ruimte waar buiten deze schilderijen geen andere kunst te zien was. En
als alle werken horizontaal geplaatst werden, dicht bij elkaar en op een
rij? Het voorbeeld dat me te binnen schoot ter ondersteuning van mijn
verbeelding was natuurlijk de zaal in de Orangerie in het Louvre in
Parijs, waar de waterlelies van Monet de enige tentoongestelde werken
zijn. Dit is duidelijk een wereld van zintuiglijke waarneming –
waterlelies, water, licht – in tegenstelling tot wat de schilderijen
van Anutosh oproepen. Maar in zijn geval zou ook sprake zijn van een
wereld, een eenheid die de bezoeker in al haar uiteenlopende
manifestaties zou omringen.
Om het heel duidelijk te stellen: we krijgen
in elk schilderij maar een glimp te zien van deze eenheid. Hoe groot de
doeken ook zijn, de wereld die ze binnen ons gezichtsveld brengen gaat
de grenzen van het schilderij altijd te buiten. Een segment, een
fragment, een snipper is alles wat binnen de marges te vangen is –
zoals te zien is aan de vele vormen die door de rand van het schilderij
worden afgesneden. Toch roepen deze afgesneden vormen ook een zekere
grenzeloosheid op, als een stukje bewolkte lucht dat door een raamkozijn
wordt ingekaderd. Dit effect wordt nog versterkt door de diepte van de
lagen in het beeld. Wat binnen ons blikveld gebeurt, is gesitueerd in
een wereld waar vormen vrij kunnen bewegen. Soms zijn die vormen heel
sculpturaal en kunnen dus alleen bestaan in een driedimensionale ruimte,
of ze blijken een hele architectuur van kleurige oppervlakken te kunnen
omvatten. Dus zelfs het oog van de kijker kan daar op reis gaan,
meegelokt door de belofte van een landschap waar hij nog nooit is
geweest. Het is echter geenszins de bedoeling dat we
vergeten dat we hier naar een schilderij kijken. Dat houdt onder andere
in: een stuk linnen besmeerd met verf en dus een plat oppervlak. Het oog hoeft zich niet te laten misleiden,
want de schilder heeft zijn kaarten open op tafel gelegd. Het is de verf
als zodanig – zowel in de manier waarop die zich als materiaal
gedraagt als in de contrasten tussen die gedragingen – die een gevoel
van ruimte creëert; op sommige plekken creëren de penseelstreken zelf
een sculpturaal effect en voeren de kleuren ons mee naar andere
werelden. En welke realiteiten de vormen die aan onze ogen
voorbijtrekken ook oproepen – de ene kijker zal diepzeewezens zien, de
ander een wereld van micro-organismen, een derde paddenstoelen in een
herfstbos – echt afgebeeld worden ze uiteindelijk meestal niet. De schilderijen zijn dan wel concreet of
zuiver abstract, maar paradoxaal genoeg zullen maar heel weinig mensen
ze als louter vormenspel beschouwen. Die paradox heeft te maken met de
fascinatie van Anutosh voor het schilderen als een wereld van visuele en
tactiele mogelijkheden, voor dat wat enkel door verf en penselen en
louter kleur en vorm kan worden opgeroepen. Zo kan hij in één
schilderij zowel penselen als paraffine gebruiken; vormen en toetsen
zorgvuldig plaatsen of als bij toeval neerzetten; transparante en
dekkende pigmenten en kleuren naast elkaar gebruiken, of elkaar
overlappend. Al deze dingen dragen bij aan de ruimtelijke effecten en de
suggestie van kruipend leven. Want Anutosh is iemand die zijn ogen open
houdt, die veel heeft gereisd en heel veel informatie heeft opgezogen.
Daarnaast heeft hij een wereldbeeld opgebouwd waarin de krachten van de
natuur en de geest een prominente plaats innemen. De grote doeken zijn abstract, formeel bijna.
Het zijn langzame, fluisterende bewegingen. Precies geschilderd maar met
dynamische uitbarstingen, trage ritmes, ingewikkeld met hun onderling
verweven voor- en achtergronden. Transparantie en ruimtelijkheid zijn
sleutelelementen in zijn werk, voornamelijk bereikt door het gebruik van
open ‘witte’ ruimtes om een gevoel van stilte te creëren. De
afgelopen tien jaar heeft Anutosh deze wegen in zijn schilderijen en
tekeningen verkend. Dit maakt zijn kunst vertrouwd en verrassend
tegelijk. Wat is het ware schilderen? Voor mij
schilderkunst die zijn bestaansrecht bewijst met gebruik van zijn eigen
middelen en er toch in slaagt iets anders, iets persoonlijks af te
beelden. Anutosh schildert innerlijke landschappen, hij benadrukt het
liefst het realistische, ofwel de realiteit van de fysieke handeling van
het schilderen. De schilder is vooral geïnteresseerd in visuele
analogieën tussen verschijnselen. Koraal lijkt op een gebarsten schedel
en anemonen doen denken aan paddenstoelen. Al deze overeenkomsten in
sfeer en vorm zijn even logisch als mysterieus, en het werk van Anutosh
is altijd doordrenkt van die wonderbaarlijke eenheid.
|